LED Sociale economie

  Hieronder vindt u de lopende projecten binnen de LED Sociale economie:

  • Bevraging van de kwaliteit van arbeid In opdracht van een kringwinkel organiseert het LED Sociale economie een bevraging bij alle medewerkers van de kringwinkel rond de kwaliteit van arbeid.  De resultaten van deze bevraging werden overhandigd aan de opdrachtgever
    Studiedag afstemming tussen Zorg en Werk: Een aantal organisaties gaven aan te worstelen met de afstemming tussen zorg en werk binnen hun sociale onderneming.  In sociale economie organisaties waar mensen uit kansengroepen worden tewerkgesteld botsen de begeleiders op de werkvloer vaak op de grenzen van hun bevoegdheden en hun mogelijkheden. De welzijns- en zorgvragen van hun doelgroepwerknemers overstijgen de werkinhoud, maar hypothekeren wel hun duurzame tewerkstelling. Waar begint en eindigt de (zorg) begeleiding van de begeleiders in de sociale economie. Waar is meer afstemming mogelijk met de zorg en welzijnssector?
    Om een antwoord te bieden op deze problematiek organiseerde het LED in maart 2010 een studiedag georganiseerd rond de afstemming tussen Zorg en Werk.  De studiedag werd ingeleid door een lezing van Leen Sannen van het HIVA over het onderzoek dat ze voerden in 2007; “W2, Werk en welzijnstrajecten op maat”. Daarna werd aan de hand van workshops dieper ingegaan op deelthema’s en goede praktijken. Aan deze studiedag namen 150 mensen  deel en er volgden een aantal opvolgingsgesprekken.
    Organisaties die rond dit thema verder willen werken binnen hun organisatie, kunnen ons steeds contacteren voor een of meerdere opvolgingsgesprekken.
  • Effecten van tewerkstelling in sociale economie
    Effectenmeting binnen de sociale economie kan vanuit verschillende bekommernissen worden opgezet.. Door toepassing van de SROI (Social Return On Investment) methode worden sociale en ecologische opbrengsten zichtbaar gemaakt. Hier staat dus de maatschappelijke meerwaarde van sociale economie centraal.
    Maar wat brengt sociale economie op voor doelgroepwerknemers? Wat is dus de meerwaarde op individueel niveau? Het kunnen weergeven van resultaten uit deze effectenmeting in jaarverslagen verhoogt de draagkracht van een sociale economieproject bij de overheid, maakt dat organisaties bewuster omgaan met de sociale effecten van hun activiteiten en op basis hiervan hun beleid en organisatie verder uitbouwen.
    Op vraag van en in overleg met een aantal organisaties uit het werkveld  werd een tool  ontwikkeld waarmee initiatiefnemers in de sociale economie samen met doelgroepmedewerkers de effecten van hun tewerkstelling op de kwaliteit van leven  in kaart kunnen brengen.  Deze tool wordt nu verder gebruiksklaar gemaakt door de ontwikkeling van een digitale versie.   Deze zal  ter beschikking zijn voor alle sociale economie organisaties. Het rapport over de ontwikkeling van de tool zal binnenkort op deze website te verkrijgen zijn.
  • Onderzoek naar de effecten van een invoegerkenning en naar de noden van invoegbedrijven.
    Startcentra die als hoofdopdracht hebben en ondersteunen en opstarten van invoegbedrijven staan de dag van vandaag voor een grote uitdaging; ze merken de nood aan een andere taakinvulling, aan een actievere rol in het uitbouwen van een invoegbedrijf.
    Op vraag van de koepel van de Vlaamse startcentra voeren wij een onderzoek enerzijds naar de effecten van een invoegerkenning. Welke dynamiek brengt een erkenning tot invoegbedrijf teweeg in dat bedrijf (HRM, visie, personeelsbeleid, aanwervingsbeleid, etc)? En kunnen startcentra hier een actievere rol in opnemen. Anderzijds zullen we eveneens de invoegbedrijven bevragen naar hun noden en behoeften naar ondersteuning en opvolging vanuit de startcentra. Uit onderzoek (HIVA, 2007) blijkt dat invoegbedrijven nood hebben aan verdere ondersteuning (ook na het behalen van een de invoegerkenning) vanuit de startcentra. We willen meer zicht krijgen op wat deze noden precies zijn, zodat de startcentra hun aanbod beter kunnen afstemmen op de noden van de invoegbedrijven.
    Het onderzoek is afgerond. De resultaten hiervan zullen weldra op deze website te vinden zijn.
  • Kan de schaalvergroting bij de kringloopcentra model staan voor een betere organisatie van de lokale diensteneconomie?
    De lokale diensteneconomie is op vandaag erg versnipperd. Ze bestaat uit vele kleine organisaties. Dat heeft nadelen. Bijvoorbeeld: voor de boekhouding heeft men een gespecialiseerde medewerker nodig, maar er is per initiatief te weinig werk om een voltijdse of zelfs parttime medewerker in te schakelen.. Samenwerking op bepaalde vlakken of een andere vorm van schaalvergroting lijkt aangewezen. Biedt het model van de kringloopcentra, waarbij lokale besturen en/of onafhankelijke organisaties mee stapten in een grootschalige fusieoperatie, inspiratie?
    We gaan in op de vraag: “Is het model van de kringloopcentra toepasbaar voor de sector LDE? Welke voor- en nadelen worden gezien?
    We brengen het model van de kringloopcentra, zoals het op vandaag van toepassing is, in al zijn facetten in kaart. We toetsen af in hoeverre dit model toepasbaar is op de sector lokale diensteneconomie.
  • Behoeftenbevraging ter voorbereiding van de uitbreiding van activiteiten van lokale diensten economie.
    Een buurt- en nabijheidsdienst met een retouche atelier wenst haar activiteiten te verbreden en een nieuwe marktniche aan te boren. Er is nood aan een behoeftenpeiling bij de beoogde doelgroepen van hun nieuwe activiteit. Het LED ontwikkelt een vragenlijst en deze wordt afgenomen door een 50-tal stagiaires op hun stageplaatsen waar ze in contact komen met de beoogde doelgroepen.
    Anderzijds hebben de stiksters in hun retoucheatelier nood aan vorming om met deze nieuwe doelgroepen om te gaan als klanten. Een projectgroep van studenten sociaal werk zal zich hierover buigen.
  • Competentieprofielen van sociaal werkers in een Sociale Economie onderneming
    Begeleiders en medewerkers in sociale economie ondernemingen hebben een specifiek functieprofiel en een divers takenpakket. Het blijkt voor sociale economie ondernemingen niet altijd makkelijk om werknemers te vinden die in het gevraagde profiel passen. Vaak komen sociaal werkers voor deze functies in aanmerking, maar blijken ze niet altijd voldoende voorbereid voor de functie waarin ze worden aangeworven (dit gaat dan vooral over bedrijfsmatige competenties). Of ze vinden mensen met bedrijfsmatige ervaring, maar die missen wat de sociale insteek.
    Zijn de functieprofielen van begeleiders in de sociale economie en de competenties van de afgestudeerde sociaal werkers voldoende op elkaar afgestemd?
    In dit project vergelijken we beide profielen en zoeken we naar manieren om deze (beter) op elkaar af te stemmen.
  • Groeipotentieel voor sociale economie in de zorgsector
    De demografische evolutie maakt dat de tewerkstelling in de zorgsector de komende jaren flink zal toenemen. Liggen er in de zorg ook nieuwe tewerkstellingsmogelijkheden voor kansengroepen? Via een verkennend onderzoek willen we de aard van de te creëren jobs en de ermee verbonden opleidingsbehoeften in kaart brengen..
    Wat is het groeipotentieel van de sociale economie in de zorgsector? Hoe wordt de inschakeling van doelgroepwerknemers best georganiseerd? Welke taken kunnen doelgroepwerknemers opnemen? Wat zijn randvoorwaarden? Welke opleidingsinitiatieven moeten er worden genomen? Op deze website zal binnenkort een rapport van dit onderzoek ter beschikking zijn. 

  • Stimuleren van ouderenparticipatie in een buitenschoolse kinderopving
    Om rond deze vraag te werken, werd een projectgroep van 5 studenten Sociaal Werk samengesteld die voor deze organisatie een antwoord op maat uitwerkt.
  • Ontwikkelen van een softwareprogramma voor een eenvoudige ontleendienst in een beschutte werkplaats.
    In een beschutte werkplaats waar mensen met een functie beperking tewerkgesteld zijn is er nood aan een ontleendienst waar materiaal kan ontleend en teruggebracht worden. Om deze ontleendienst ook toegankelijk te maken voor de werknemers zelf van de beschutte werkplaats moet deze software dus heel laagdrempelig en gebruiksvriendelijk worden opgesteld.
    Om dit project uit te voeren werd een stagiair van de opleiding multimedia en communicatie ingezet.
Voor meer informatie kan u terecht bij Rebekka Celis (rebekka.celis@howest.be of 0474 49 00 56) of Kaat Sabbe (kaat.sabbe@katho.be of 0494 52 71 58)

Hogescholen

KATHO
Doorniksesteenweg 145
8500 Kortrijk
www.katho.be/ipsoc

HOWEST
R. de Rudderlaan 6
8500 Kortrijk
www.howest.be

Contactpersonen

Kaat Sabbe
T: +32 (0)56 26 41 50
M: +32 (0)494 52 71 58
kaat.sabbe@katho.be

Rebekka Celis
T: +32 (0)56 23 98 86
M: +32 (0)474 49 00 56
rebekka.celis@howest.be


Een initiatief van
logo-wvl
In samenwerking met
De Hogeschool West-Vlaanderen KATHO Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende logo-ock
Met de steun van
EFRO Europese unie Vlaamse overheid IndieGroup